In de periode 1991-1999 zijn er verschillende oorlogen uitgevochten in wat toen de staat Joegoslavië was. De eerste oorlog - de Bosnische oorlog - vond plaats in de periode 1991-1995 waarbij Slovenië, Kroatië, Macedonië en Bosnië-Herzegovina streden voor hun onafhankelijkheid. De tweede oorlog vond plaats tussen 1997 en 1999 in Kosovo. Joegoslavië is intussen helemaal uit elkaar gevallen in verschillende staten, maar veel bevolkingsgroepen leven nog iedere dag met de gevolgen van de verschillende oorlogen.
Op Cyprus wonen Griekse en Turkse Cyprioten, gescheiden door een bufferzone. Turkije houdt een deel van het eiland bezet en noemt dit deel een aparte republiek. De internationale gemeenschap wil graag dat de twee delen herenigd worden. Er is geen oorlog meer, maar een oplossing voor het conflict is nog niet gevonden.
Marokko houdt een deel van de Westelijke Sahara bezet en claimt dat dit eigen gebied is. De Saharanen willen hun onafhankelijkheid. Sinds 1991 is er een staakt-het-vuren tussen Marokko en verzetsbeweging Polisario. De onderliggende redenen voor conflict zijn echter niet weggenomen.
Sudan is meer dan twintig jaar geteisterd door een conflict tussen het islamitische noorden en het voornamelijk christelijke zuiden. Daarnaast vonden er in 2004 in de Sudanese regio Darfur grove schendingen van de mensenrechten plaats waarbij de Janjaweed, Arabische opstandelingen gesteund door de regering in het noorden, streden tegen Afrikaanse opstandelingen. Ondanks de opdeling per juli 2011 blijft het risico op (gewelddadige) conflicten aanwezig, met name in de grensregio’s Abyei en Zuid-Kordofan, het gebied rond de Blauwe Nijl en Darfur. In Zuid-Kordofan en Abyei zijn recent opnieuw gevechten uitgebroken tussen de Sudanese regering en diverse rebellengroepen.
Somalië is één van de landen in de Hoorn van Afrika die behalve de extreme droogte en dreigende hongersnood, tevens al jaren geteisterd wordt door conflict en oorlog. Somalië heeft sinds 1991 geen goed functionerende centrale overheid, waardoor de zeggenschap in het land onderwerp is van elkaar hevig bestrijdende groeperingen. Al jaren strijden rivaliserende clans om de macht in het land en is de Somalische bevolking de dupe. Mensenrechtenschendingen van ongekende grote vinden plaats en de wateren rondom Somalië worden geteisterd door piraterij. Meer dan 1,5 miljoen mensen zijn verdreven uit hun huizen, meer dan een half miljoen mensen zijn gevlucht naar buurlanden en de helft van de bevolking heeft humanitaire hulp nodig.
De Afghaanse staat heeft al vele decennia niet meer het monopolie op geweld en gewapende groepen strijden met elkaar en de centrale en provinciale overheden om economische en politieke macht. Er is een veelvoud aan strijdende partijen in Afghanistan aanwezig welke op lokaal, provinciaal en nationaal niveau opereren. De Westerse betrokkenheid in Afghanistan heeft zich in twee periodes voorgedaan: 1) tijdens de Koude Oorlog en de Sovjet invasie van Afghanistan; en 2) in reactie op de aanslagen van 11 september en de daaropvolgende omverwerping van het Taliban regime. Vanaf 2001 strijden de Afghaanse overheid en de international troepenmacht in Afghanistan gezamenlijk tegen de Taliban en andere opstandige groeperingen. Tot op heden is er nog geen sprake van vrede en veiligheid in Afghanistan.
Tussen 1983 en 2009 heeft er een burgeroorlog in Sri Lanka gewoed tussen de Tamil Tijgers, de militaire organisatie van de Tamils, die een eigen staat willen, en de Srilankese regering. De burgeroorlog eindigde in mei 2009, toen de Tamils bloedig door het Srilankese leger verslagen werden.
Colombia wordt ruim 40 jaar geteisterd door een gewapend binnenlands conflict. Guerrillagroeperingen, paramilitairen en veiligheidstroepen worden verantwoordelijk geacht voor ernstige mensenrechtenschendingen met als gevolg moorden, verdwijningen, seksueel geweld en gedwongen rekrutering. In de afgelopen 20 jaar zijn in Colombia minstens 70.000 mensen vermoord, drie tot vier miljoen mensen zijn verdreven en tienduizenden burgers zijn gemarteld, verdwenen of ontvoerd. Het conflict in Colombia is – kort gezegd – een conflict tussen voornamelijk linkse guerrillagroeperingen en rechtse paramilitaire organisaties. De achterliggende reden voor het conflict is de economische achterstand en ongelijkheid in het land.
In de Democratische Republiek Congo woedde van tussen 1996 en 2003 twee oorlogen. De eerste oorlog leidde tot de val van het dictatoriale regime van President Mobutu en bracht Laurent Kabila aan de macht. De tweede oorlog mondde uit in een slepend conflict tussen Congo (gesteund door Angola, Zimbabwe, Angola, Tsjaad) en Oeganda, Rwanda en de opstandelingenbeweging RCD. Als gevolg van de oorlogen kwamen bijna 4 miljoen mensen. In het oosten van Congo zijn nog steeds gewapende groeperingen actief.
In Rwanda heeft in 1994 een genocide plaatsgevonden, waarbij de grootste bevolkingsgroep de Hutu’s de Tutsi minderheid heeft proberen uit te moorden. Meer dan 800.000 Tutsi’s zijn daarbij om het leven gekomen. Hutu’s en Tutsi’s leven sindsdien wel weer samen in Rwanda, maar er heerst veel angst voor nieuw geweld.
In 1993 brak er in Burundi een grootschalig conflict uit tussen Hutu’s en Tutsi’s, waarbij Hutu rebellengroepen tegenover elkaar en het door Tutsi’s gedomineerde staatsleger stonden. Vanaf begin 2000 nemen de meeste rebellengroepen deel aan een grootschalig vredesproces en is er op dit moment een regering waar zowel Hutu’s als Tutsi’s in zitten. In 2006 werd er een vredesakkoord gesloten, maar pas vanaf 2008 is er sprake van een lichte stabiliteit in het land.
Sinds het begin van de jaren '90 vechten in Algerije meerdere Islamitische groeperingen voor de politieke macht. Hoewel de meeste inwoners van Algerije voor een Islamitische staat zijn, verschillen de verschillende Islamitische bevolkingsgroepen sterk van mening over wat de vorm van zo'n staat zou moeten zijn. Algerije is op dit moment een republiek, met een president aan het hoofd van de regering die weer uit een premier met een kabinet bestaat. Sinds 2002 is het geweld verminderd, maar is er op dit moment een groei in zelfmoordaanslagen.
In de periodes 1989-1996 en 1999-2003 hebben er in Liberia een tweetal bloedige oorlogen plaatsgevonden om de politieke macht waarbij vooral burgers het slachtoffer waren. Na het vertrek van president Charles Taylor in 2003 kwam het vredesproces op gang. Taylor staat sinds 2007 terecht voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.
In 1991 viel het uit Sierra Leone afkomstige rebellenleger RUF, met behulp van de Liberiaanse Charles Taylor, de diamantdistricten in Sierra Leone aan. Dit was het begin van een conflict dat bijna een decennium lang duurde, waarbij vooral de bevolking het slachtoffer werd van de gewelddadigheden. Het conflict had een sterk internationaal karakter, wat wil zeggen dat vele andere landen direct of indirect bij het conflict waren betrokken. In 2000 werd, na het mislukken van drie vredesakkoorden, het vierde vredesverdrag getekend. Er is nu vrede, maar er zijn nog ernstige politieke spanningen en problemen op het gebied van veiligheid. Daardoor leven er vandaag de dag nog steeds vluchtelingen in vluchtelingenkampen in buurlanden zoals Nigeria.
In 1975 werd Angola onafhankelijk, waarna er een burgeroorlog uitbrak die tot 2002 duurde. Tijdens deze oorlog zijn er minsten 500.000 doden gevallen en miljoenen mensen zijn uit hun woongebieden gevlucht. In 2008 zijn er voor het eerst in 16 jaar weer parlementsverkiezingen gehouden. Op dit moment is er een relatief kleinschalig conflict over de status van de Cabinda regio.
In 1999 vond er in Ivoorkust een militaire coup plaats, waarna er een grote politieke onstabiliteit in het land ontstond. In 2002 lanceerden rebellen uit het noorden van Ivoorkust een opstand tegen de toenmalige regering. Sinds 2003 zijn er verschillende vredesakkoorden ondertekend en is er sinds 2007 begonnen met een vredesproces, maar het land is nog steeds in tweeën verdeeld waarbij de rebellen het noorden deels nog controleren. Sinds de presidentsverkiezingen eind 2010 is er een crisis in Ivoorkust. President Gbagbo wil zijn verlies tegen zijn eeuwige noordelijke rivaal Quattara niet erkennen en weigert, ondanks grote druk van internationale gemeenschap, af te treden. Beide kandidaten hebben zich tot president laten beëdigen. Bij gewelddadige botsingen tussen aanhangers van beide kandidaten vielen al bijna 200 doden.
In Mali vechten verschillende rebellengroepen tegen de regering voor de onafhankelijkheid van de Azawad regio in het noorden van Mali. Tot nu toe lukt het de regering van Mali niet om effectief tegen deze verschillende groepen op te treden.
Tsjaad kent veel spanningen omdat het land bestaat uit zeer veel verschillende etnische bevolkingsgroepen en een tweedeling tussen het noorden – waar de bevolking voor het grootste deel moslim is – en het zuiden, waar weer voornamelijk christenen wonen. De afgelopen 20 jaar hebben verschillende rebellengroepen voor meer macht gestreden. In 2009 zijn een aantal rebellengroepen verslagen, maar er hebben tot zover geen vredesonderhandelingen plaatsgevonden.
In Nigeria wonen zeer veel verschillende bevolkingsgroepen en zijn er regelmatig grote spanningen tussen bevolkingsgroepen over grondgebied of het uiten van cultuur en geloof. Daarnaast zit er veel olie in de grond in Nigeria, wat de afgelopen jaren een aantal keer tot grote spanningen en zelfs conflictuitbarstingen heeft geleid.
Begin 2008 vonden er in Kenia grote gewelddadigheden na de verkiezingen plaats, waarvan de gevolgen nog steeds merkbaar zijn. Verder leven er in Kenia een groot aantal verschillende bevolkingsgroepen, waartussen vaak meerdere conflicten zijn uitgebroken, zowel over etnische en culturele kwesties als over de verdeling van land.
In 1990 zijn Noord Jemen en Zuid Jemen samengevoegd, waardoor de huidige staat Jemen ontstaan is. In 1994 heeft het zuiden van Jemen geprobeerd zich weer onafhankelijk te maken van het noorden, maar dit is mislukt. Sinds 2004 is Jemen weer in conflict, zowel met een afsplitsing van Al-Qaida als sjiitische rebellen uit het noorden.
In Peru zijn sinds 1980 twee revolutionaire groeperingen actief – Shining Path en de MRTA – die strijden voor een nieuwe staatvorm voor Peru gebaseerd op het communisme. De MRTA is in 2006 definitief verslagen, maar Shining Path voert nog steeds een guerrillastrijd tegen de regering van Peru.
In Pakistan vechten verschillende militaire groeperingen tegen de Pakistaanse regering. Zij strijden onder andere voor meer zelfstandigheid voor de eigen etnische groep en voor een grotere rol van de Islam in het rechtssysteem van Pakistan. Daarnaast vecht het Pakistaanse leger tegen Al-Qaida, wat zich voor een deel in Pakistan verscholen heeft.
India en Pakistan hebben al meer dan 60 jaar een conflict over het gebied Kasjmir. Hoewel Kasjmir op dit moment grotendeels by India hoort, claimen beide landen nog altijd het hele gebied. In het vorige decennium leek de relatie tussen beide landen te verbeteren, tot dat er in november 2008 een grote aanslag plaatsvond op een hotel in de Indiase stad Mumbai. India hield Kasjmiri separatisten hiervoor verantwoordelijk. Op dit moment heerst er een wapenstilstand tussen de twee landen.
Tsjetsjenië is een regio gelegen in de Noordelijke Kaukasus in het zuiden van Rusland. Een geschiedenis van onderdrukking door het Russische Tsarenrijk en tijdelijke verbanning door Stalin ging vooraf aan de strijd in Tsjetsjenië. Sinds het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie in 1991 zijn er groepen Tsjetsjenen geweest, die voor onafhankelijkheid streden. De afgelopen tien jaar is de Tsjetsjeense strijd steeds meer verbonden geraakt met fundamentalistische denkbeelden vanuit de Islam. De laatste tien jaar is er een groeiende groep Tsjetsjeense strijders die vanuit radicale islamitische denkbeelden vecht voor een onafhankelijk Islamitisch Noordelijk Kaukasus Emiraat. Dit Emiraat is reeds in 2007 in naam opgericht, maar niet (internationaal) erkend.
In Georgië, een voormalige republiek van de Sovjet-Unie (nu Rusland) wil de regio Zuid-Ossetië onafhankelijk worden. In 2008 escaleerde de situatie en viel het leger van Georgië Zuid-Ossetië binnen, waarna Rusland een grote troepenmacht naar Zuid-Ossetië stuurde en er tussen het Russische leger en de Georgische troepen zware gevechten uitbraken. President Sarkozy van Frankrijk wist via onderhandelingen een einde aan de gewelddadigheden te maken, maar sindsdien is de situatie nog erg gespannen.
Het conflict tussen Israël en de Palestijnen duurt al meer dan 60 jaar. Beide partijen claimen recht te hebben op (delen van) het grondgebied wat nu de staat Israël vormt. Verschillende Palestijnse militaire groeperingen plegen daarom regelmatig aanslagen tegen de Israëlische bevolking. Het Israëlische leger is op diens beurt de afgelopen jaren vaak de leefgebieden van de Palestijnen binnen gevallen of heeft deze gebombardeerd.
In 2003 zijn de VS samen met Groot-Brittannië en Australië Irak binnen gevallen om dictator Saddam Hoessein te verdrijven. Dit heeft geleid tot grote instabiliteit in het land en een burgeroorlog tussen verschillende bevolkingsgroepen. Op dit moment zijn verschillende Westerse landen bezig met de heropbouw van Irak. Er vinden nog steeds regelmatig aanslagen en gewelddadige acties plaats.
Sinds de onafhankelijkheid van India in 1945 zijn er veel etnische groeperingen die onafhankelijk willen zijn en daarom vaak strijden tegen de Indiase regering. De bekendste regio die vecht voor onafhankelijkheid is de regio Kashmir. Daarnaast zijn er verschillende communistische gewapende groeperingen in India actief.
The Troubles is een periode van etnisch en politiek conflict in Noord-Ierland. In de jaren ‘60 begon de gewapende groepering van de IRA (Irish Republican Army) een gewelddadig conflict met Groot-Brittannië met als doel om Noord-Ierland (onderdeel van Groot-Brittannië) te herenigen met Ierland. In deze periode zijn er meer dan 3,500 doden gevallen. In 1998 werd er een vredesakkoord ondertekend, maar het duurde tot 2005 voordat de IRA alle wapens neerlegde. Nog steeds zijn er spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen in Noord-Ierland.
Baskenland is een gebied gelegen in het noorden van Spanje en een deel in het zuiden van Frankrijk. De Baskische groepering ETA voert zowel een politieke als gewapende strijd voor een onafhankelijk Baskenland. De Basken mensen dat hun gemeenschap alleen worden beschermd door een onafhankelijk Baskenland te creëren. De ETA werd in de jaren vijftig opgericht als verzetsorganisatie in reactie op de onderdrukking door het regime van generaal Franco. De ETA pleegde, ook na Franco, gewelddadige acties om hun doel te realiseren: een autonoom Baskenland. Door het geweld van de ETA zijn naar schatting 800 mensen om het leven gekomen. De Spaanse overheid eist nu een staakt-het-vuren. De ETA verbrak echter meerdere malen een door hen afgekondigd staakt-het-vuren, daarom wordt op hun reactie sceptisch gereageerd.
In het zuidoosten van Turkije heeft in de jaren 1990 een gewapende strijd gewoed tussen het Turkse leger en de PKK, een Koerdisch guerrillaleger dat streeft naar afscheiding van Turkije. Met de gevangenneming van Öcalan, de leider van de PKK, en met een aantal tegemoetkomingen aan de Koerden (zoals onderwijs in eigen taal, een tv-zender in eigen taal) dankzij druk van de EU is de strijd geluwd. Maar de laatste twee jaar vinden toch weer schermutselingen plaats tussen PKK en het Turkse leger.
Op het eiland Mindanao is al meer dan vier decennia een conflict tussen de regering en verschillende gewapende Moslim groepen om de status van de regio in het zuiden van de Filipijnen. Daarnaast is de regering van de Filipijnen al meer dan veertig jaar in conflict met de New People's Army (NPA) welke voor een communistische staat strijdt en is verbonden aan de Communist Party of the Philippines (CPP). Hoewel er verschillende pogingen zijn gedaan om een vredesakkoord te sluiten hebben deze tot nu toe geen resultaat opgeleverd.
In 1988 is door een militaire coup de huidige regering aan de macht gekomen. Deze regering en de nieuwe naam Myanmar worden niet door alle staten in de wereld geaccepteerd. Ook een deel van de bevolking staat niet achter de huidige regering en de naam Myanmar. Onder aanvoering van Aung San Suu Kyi is er een geweldloze oppositie tegen het huidige bewind. Daarnaast voeren verschillende groeperingen gewapende strijd. Karen National Liberation Army (KNLA) is hiervan de bekendste.
Tussen 1996 en 2006 vond er in Nepal een gewelddadig conflict plaats tussen de CPN-M, een communistische groepering die van Nepal een communistische staat wilde maken, en de Nepalese regering. In 2006 werd er een definitief vredesakkoord gesloten en sinds 2008 neemt de CPN-M deel aan de regering.
In Thailand ligt aan de grens met Maleisië de regio Pattani. De meerderheid van de Pattaanse bevolking is moslim en spreekt Maleisisch. De Thaise regering probeert de lokale bevolking aan de Thaise taal en cultuur te onderwerpen en sinds 2003 strijden Pattaanse separatisten tegen de Thaise regering voor meer autonomie.
Taiwan hoorde vroeger bij China. Tijdens de communistische revolutie in 1949 in China vluchtten de tegenstanders naar Taiwan en riepen de onafhankelijkheid uit. China heeft die onafhankelijkheid nooit erkend. De spanning tussen beide landen leidt regelmatig tot militaire dreigementen.
Iran is sinds de Iraanse revolutie van 1979 een Islamitische republiek, waarin de Religieuze Leiders op politiek niveau de belangrijkste beslissingen nemen. Op dit moment strijden in Iran twee militaire groeperingen voor een democratische rechtstaat in Iran. Dit zijn de PJAK en de Jondollah. In 2009 vonden er in Iran na de presidentsverkiezingen hevige rellen plaats, waarbij veel doden zijn gevallen.
In de afgelopen vijf jaar zijn er verschillende drugskartels in Mexico met elkaar in conflict geraakt waarbij veel burgerslachtoffers gevallen zijn. In 2006 is de Mexicaanse regering een tegenoffensief begonnen.
Nadat Keizer Haile Selassie in 1974 afgezet wordt breekt een turbulente periode vol conflict aan. Niet alleen heeft Ethiopië intern problemen, maar ook komt het regelmatig in conflict met zijn buurlanden. Het gaat om politieke onrust, etnische conflicten en grensconflicten. Volgens het Internal Displacement Monitoring Centre zijn er op het moment tussen de 300.000 en 350.000 mensen intern ontheemd in Ethiopië.
In Niger streden tussen 1991-1997 en 2007-2009 drie rebellengroepen voor een verandering van het politieke systeem van het land. Deze rebellengroepen maken onderdeel uit van de Touareg, een etnische minderheid die zich zowel economisch als politiek achtergesteld voelde door de regering van Niger. In 2009 is er een vredesakkoord gesloten tussen de rebellen en de regering van Niger.
De landen Eritrea en Djibouti beweren van elkaar dat de één grondgebied van de ander in wilt nemen. Tussen 1996 en 1999 resulteerde dit in een gewapend conflict tussen de twee landen. In 2008 vonden er opnieuw gewelddadigheden tussen de legers van beide landen plaats. Sindsdien hebben er geen schermutselingen meer plaatsgevonden, maar werken zowel Eritrea als Djibouti slecht mee aan het vinden van een oplossing van het conflict door de internationale gemeenschap.
Oeganda is jarenlang geteisterd door geweld van de Lord Resistance Army (LRA) van Joseph Kony, die zichzelf als een profeet ziet en een eigen staat wil stichten op basis van de Tien Geboden. Het Internationaal Gerechtshof wil Kony vervolgen, maar tot nu toe is hij niet gearresteerd. De LRA is tegenwoordig niet meer in Oeganda actief, maar is nu actief in Sudan en de DRC en vormt nog steeds een bedreiging voor Oeganda.
Macedonië was vroeger een deelrepubliek van het voormalig Joegoslavië. In 2001 brak er een korte strijd in Macedonië uit tussen de etnische Macedonische meerderheid en een militaire groepering van de Albanese minderheid. Deze groepering streefde naar onafhankelijkheid van de Albanese minderheid. Van 2001 tot 2005 heeft de NAVO meegeholpen aan het vredesproces, wat in 2005 afgerond is.
Verschillende etnische en politieke leiders hebben vanaf 1993 tot ongeveer 2002 de macht in handen proberen te krijgen in Congo. In 2003 is er een vredesakkoord ondertekend, maar het ontwapeningsproces van de verschillende rebellenlegers verloopt zeer moeizaam.
Syrië kent een stormachtige politiek waarbij in de twintigste eeuw meerdere Europese landen waren betrokken, zoals Engeland, Frankrijk en Duitsland. In 1946 werd de staat onafhankelijk verklaard en verdwenen de laatste Europese troepen van Syrisch gebied. Na verschillende militaire coups kwam in 1971 Hafez al-Assad aan de macht, in 2000 opgevolgd door zijn zoon Bashar el-Assad. Momenteel zijn er in Syrië veel onlusten doordat de bevolking protesteert tegen laatstgenoemde dictatoriale regime, politieke onvrijheid en corruptie. De vreedzame protesten worden op een gewelddadige manier neergeslagen.
Op 15 februari 2011 ging het Libische volk de straat op met de eis dat de Libische president
Qaddafi moest aftreden. Deze opstand gebeurde nadat de Arabische Lente Revoluties in volle gang uitbraken in Tunesië en Egypte. Ondanks dat deze revolutie geïnspireerd is op het revolutionaire verzet van zijn buurland, is het resultaat in Libië compleet anders. In Libië ontstond een burgeroorlog. Na de dood van Qaddafi op 20 oktober moeten Libiërs nu hun land opnieuw opbouwen.
Op 17 december 2010 steekt Mohammed Bouazizi zichzelf in brand uit frustratie over het gebrek aan banen. Veel mensen herkennen zich in Mohammed Bouazizi: hij kan geen werk vinden en heeft ook geen uitzicht op een baan. Daarom gaan ze de straat op om te demonstreren. Hierbij maken ze gebruik van sociale media als Facebook en Twitter, maar vooral door Youtube en satelliet tv zenders om hun strijd zichtbaar te maken. De Tunesische politie probeert de demonstraties met geweld de kop in te drukken, maar dat leid alleen tot meer volharding onder de demonstranten. Iets minder dan een maand later vlucht de president Zine al-Abidine Ben Ali het land uit. Een regering van nationale eenheid wordt gevormd en nieuwe verkiezingen worden aangekondigd.
In Egypte was er al jarenlang kritiek op het regime van Mubarak. Onder zijn heerschappij golden er noodwetten die de macht van politie vergrootte, er voor zorgde dat grondwetten niet konden worden toegepast en in sommige situaties censuur legitimeerde. Met name politieke oppositiegroepen werden door deze wetten verboden demonstraties en politieke manifestaties te houden. Naast kritiek op deze noodwetten was er ook veel kritiek op het gebrek aan democratie in Egypte. Toch leverde de interne en externe druk op de democratisering in Egypte slechts een enkele hervorming op.
Na jaren van onderdrukking van de oppositie, een verslechterende economische situatie en met het directe voorbeeld van de Tunesische revolutie, begon in Egypte op 25 januari 2011 een 18 dagen durende opstand. Op 11 februari hadden de demonstranten hun doel behaald, Mubarak stapte op. Na bijna 40 jaar kwam, onder druk van een massale mensenmassa op het Tahrirplein een einde aan de heerschappij van Mubarak. Er brak een nieuw tijdperk aan in Egypte.
De Vietnam Oorlog is misschien wel het bekendste conflict uit de Koude Oorlog. De Amerikaanse betrokkenheid, de eerste keer dat de media grootschalig aanwezig waren bij een oorlog, het uiteindelijk falen en de langdurige impact die de oorlog op Amerika had, zijn hier allemaal belangrijke factoren in geweest. Hierdoor wordt vaak vergeten dat de Vietnam Oorlog ten eerste een burgeroorlog in Zuid-Vietnam was, die werd gesteund door de noordelijke communisten. Pas nadat het duidelijk werd dat Zuid-Vietnam zichzelf niet militair kon verweren raakte Amerika direct betrokken in de oorlog, met alle consequenties van dien.
Kosovo is een betwist gebied in de centrale Balkan. Het gebied is zowel voor de Albanese als de Servische bevolking een gebied met grote cultureel-historische waarde. Binnen het voormalige Joegoslavie was Kosovo een autonome provincie. Eind jaren tachtig trekt de Servische leider Milosevic een groot gedeelte van de autonomie echter terug, tot onvrede van het Albanese gedeelte van de bevolking. Eind jaren negentig escaleert het conflict tussen het etnisch Albanese gedeelte van de bevolking en Servië. Mede door toedoen van NAVO bombardementen op delen van Servië en Kosovo wordt het conflict in 1999 beëindigd. Kosovo wordt protectoraat van de VN en verklaart zich in 2008 eenzijdig onafhankelijk verklaart. Het gebied geld al jaren als veilig, maar er zijn nog met enige regelmaat schermutselingen.
China en Tibet strijden al meer dan een eeuw om de status van de regio Tibet. De Chinese regering eist het geïsoleerde gebied op als een historisch onderdeel van de Volksrepubliek China. De Tibetanen onder leiding van de Dalai Lama claimen echter van oorsprong een onafhankelijk koninkrijk te zijn. Deze spanningen hebben in de afgelopen zestig jaar verschillende malen tot gewapende botsingen en opstanden geleid. Tot op de dag van vandaag zijn de partijen het niet eens over de status en toekomst van de regio. Tibet wordt sinds 1950 bezet door China.
In het Centraal Aziatische land Kirgizië hebben er in de afgelopen 20 jaar al drie maal grote uitbarstingen van geweld plaats gevonden. Onrusten tussen etnische Oezbeken en Kirgiezen. Deze onrusten spelen vooral in het zuiden bij de Vallei van Fergana en de steden Osj en Dzjalal-Abad, er zijn in totaal al duizenden doden gevallen. De eerste keer was begin jaren ’90 bij het zelfstandig worden van Kirgizië. De tweede keer genaamd de Tulpenrevolutie vond plaats in 2005, toen werd president Akajev afgezet . De laatste keer was in 2010 , daarop werd zijn opvolger Bakijev tot aftreden gedwongen. Volgens het hoofd van een onafhankelijke onderzoekscommissie naar het geweld in 2010 zijn de oorzaken van het geweld politiek fanatisme, geïnspireerd door etnisch-nationalisme.
Na de Tweede Wereldoorlog is Korea opgesplitst in twee delen, omdat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie het niet eens konden worden over de wijze waarop een herenigd Korea geregeerd zou moeten worden. De landen ontwikkelden zich als politieke tegenpolen. Daardoor ontstond een gebrek aan vertrouwen die nog steeds voor gespannen verhoudingen zorgen.
Quiz
















